Leren is training krijgen en training geven

NAAM:    Peter Genegel
LEEFTIJD:     41
FUNCTIE:     Keeperscoördinator

Genegel AW Interview start

Hij begon begin jaren tachtig te voetballen bij v.v. Glanerbrug; de club van zijn vader. Daarna maakte hij de stap naar UDI. Hij speelde in de selectie en stond vanaf het begin van zijn voetbalcarrière in de goal. “Je doel is geen doelpunt tegen”, zo legt Peter Genegel de rol van de speler onder de lat uit. Vorige week behaalde hij als keeperstrainer het KNVB-diploma Oefenmeester III. Omdat hij naar Glanerbrug verhuisde werd hij op 31 mei 2000 lid van Avanti. En hoewel hij daarna bij verschillende Enschedese clubs als trainer actief werd, weet hij naar 17 jaar één ding zeker: “Avanti is mijn thuisbasis.” 

Doelmannen moeten volgens hem een tikkeltje maf zijn, omdat het de meeste zwart-witte positie in het veld is; je doet het goed of slecht. “Als keeper ben je of de lul of de koning.” Daarmee stelt hij concentratie voorop, want als doelman kijk je om je heen. Je let op de bal en zorgt dat de verdediging goed staat. Maar je kijkt ook naar medekeepers, want trainingen en ervaring in de wedstrijden is volgens Genegel niet genoeg.
Vooral in zijn jeugd keek hij naar andere keepers. “Als je op anderen let zie je hoe ze staan.” En dat probeert hij de jonge keepers van Avanti ook uit te leggen. Maar waarom ging Genegel zelf keepen? Simpel: “Ik was gek genoeg om in het doel te gaan staan”

Geel pak
Hij heeft de training voor keepers zien veranderen.  “Toen ik keeperstraining kreeg, werd ik een geel pak gehesen vol met zand. En dan moest ik over bankjes duiken. Dat doen we niet meer”, lacht hij.
Samen met Norbert Staats en vier andere keeperstrainers leidt Genegel de keepers op. Zelf geeft hij op dinsdagavond training aan de selectiekeepers. Hij probeert de doelmannen die Avanti momenteel heeft en oud genoeg zijn, ook trainingen te laten geven. “Je kunt wel continu leren, maar als je zelf training geeft leer je daar ook weer van.”
Vanuit die theorie geven de keepers van JO17-1 (B) en JO15-1 (C) bij Avanti training. “Keepers die training geven verbeteren zichzelf.” Wat dat betreft komt keepen overeen met de eerste regel van presenteren: weet hoe je staat.

International Goalkeeper Coaching Workshop
Continu leren is voor Genegel een belangrijk streven. Als jonge keeper keek hij naar andere keepers, als trainer probeert hij zichzelf telkens te verbeteren en heeft nu trots zijn Oefenmeester III op zak. “Als ik terugkijk naar hoe ik vijf jaar geleden training gaf, schaam ik me dood”, lacht hij.
Binnenkort gaat hij samen met andere keeperstrainers naar een conferentie in Polen. Het International Goalkeeper Coaching Workshop (IGCW) is en bijeenkomst waar de keeperstrainers van Barcelona, Real Madrid en de andere grote clubs van Europa ook komen. “Daar kijk ik naar uit.”

Bepalen van Oefenmeester III Peter GenegelCoördinator vs. trainer
Als coördinator is hij bij Avanti vrijwilliger, als trainer staat hij onder contract. Daarnaast is Genegel lid en speelt hij bij de 35+. Je kunt je voorstellen dat er een innerlijke strijd bestaat tussen lid, vrijwilliger en betaalde kracht. Want moet een betaalde kracht meedoen in het beleidsproces van de afdeling Voetbal? “Nee. Aan de ene kant geef ik training en aan de andere kant denk ik mee in het proces als coördinator; dat moet je strikt gescheiden houden”, vertelt Genegel.
Maar hij gaf ook trainingen bij andere clubs. Daardoor is Genegel weleens een clubhopper genoemd. Echter doet hem dat weinig. “Natuurlijk ben ik trainer bij andere clubs geweest. De wereld is groter dan Avanti en in de keuken van een ander kijken kan geen kwaad. Maar dat doe ik als trainer en niet als vrijwilliger; dat ben ik bij Avanti.

Avanti-principe
De vrijwilliger Genegel heeft twee redenen om zich in te zetten voor de club: (1) Avanti is zijn thuisbasis, (2) als je een grote bek hebt over hoe het moet, dan moet je het ook doen. “Iemand die alleen roept en niets uitvoert, heb je niets aan”, aldus de keeperscoördinator. En dat uitvoeren doet hij nu al vijf jaar samen met Norbert Staats. Daar kijkt Genegel tevreden op terug, maar dat is nog lang niet klaar. “Wij kunnen nog zo veel meer met Avanti”, vertelt hij grinnikend terwijl hij zijn hoofd schudt.
Waarom schudt hij zijn hoofd? “Omdat we te veel laten liggen. Natuurlijk als we meer vrijwilligers hadden zou het makkelijker gaan, maar ook nu kunnen we al meer.” Volgens hem moet er vaker vanuit het Avanti-principe worden gedacht, want de Vereniging bestaat nog te veel uit individuen en groepjes en daar zou de club juist vanaf moeten. “Wij zijn toch sámen Avanti?” Echter dat het soms iets minder met de club gaat heeft volgens hem ook voordelen: “Dan wordt het kaf van de koren gescheiden.” Pieken en dalen; leren en uitvoeren.